Cursusinhoud

Fiche 7 - Leerlingen zien gelijkenissen tussen leerstofonderdelen

DIDACTIEK/LEERSTOF

Klassituatie
In de klas komt een leerstofonderdeel aan bod dat erg veel gelijkenis vertoont
met een onderdeel dat al eerder aan bod is gekomen.

  1. De leerkracht legt een stuk leerstof uit en vraagt of de leerlingen
    gelijkenissen zien met leerstof die al eerder aan bod is gekomen.
  2. De parallellen en de verschillen worden expliciet besproken.

Tijdens een les komen verschillende zaken aan bod die erg veel gelijkenis vertonen.

  1. De leerkracht bespreekt een eerste item erg uitgebreid
    (alle leerlingen moeten die leerstof begrepen hebben).
  2. Bij een gelijkaardig item benadrukt de leerkracht duidelijk de
    gelijkenissen en de verschillen met het vorige.
  3. De leerlingen proberen bij een volgend item zelf de oplossing te vinden
    naar analogie met de twee voorgaande. Bijvoorbeeld:
    • wiskunde: het volume van cilinders en alle rechte prisma’s is steeds
      ‘oppervlakte grondvlak x hoogte’
    • aardrijkskunde: bij alle landen waar veel toerisme is zijn er gelijkenissen
      in de invloed hiervan op de economie
    • Frans/Engels/Nederlands: gelijkenissen in het gebruik van het bijwoord
    • Frans: gelijkenissen in vervoeging tussen de verschillende werkwoorden
      op -er

Voordelen

  • De leerlingen leren efficiënter studeren.
  • Als de leerkracht de leerlingen gevoelig maakt voor gelijkenissen binnen de leerstof, zullen ze na verloop van tijd uit zichzelf gelijkenissen opmerken.
  • Leerlingen ontwikkelen de reflex om de leerstof te analyseren en te redeneren.

Vooraf

  • De leerkracht heeft een duidelijk beeld van de gelijkenissen binnen de eigen leerstof.
  • De leerkrachten maken onderling afspraken over het aanbrengen van gelijkaardige leerstof. Bijvoorbeeld: ‘Het gebruik van het bijwoord in de verschillende talen. Het oplossen van vergelijkingen bij wiskunde en fysica’.
Beoordeling
0 0

Er zijn momenteel geen reacties.

om als eerste een reactie achter te laten.